Casuïstiek
Meneer belt op zaterdagavond voor zijn vrouw, die 2 maanden geleden is bevallen. Hij is duidelijk ongerust over zijn vrouw. “Ik ken haar zo niet” “Sinds we een zoontje hebben lijkt ze me met de dag meer te ontglippen. Ze lacht nooit meer, laat een groot gedeelte van de zorg voor onze zoon aan mij en onze moeder over en trekt zich steeds meer terug” De triagist vraagt mevrouw zelf aan de telefoon. Ze klinkt mat, vermoeid. Bij de vraag of ze begrijpt waarom haar partner naar de huisartsenpost heeft gebeld, zucht ze: “voor mij hoeft dit allemaal niet. Ik wil rust en met rust gelaten worden” Voor komende week staat een afspraak bij de huisarts, maar omdat meneer bang is dat mevrouw zichzelf iets aan zal doen, heeft hij toch nu al contact opgenomen. Zelf antwoord ze ontwijkend op de vraag of ze suicidale gedachten heeft. “weet ik niet. Misschien.” De triagist vraagt haar of ze ermee akkoord gaat gezien te worden door de huisarts. Als dat perse moet, dan moet dat maar is haar reactie. Mevrouw is nog niet bekend bij de crisisdienst, dus zal ze gezien worden op de post. Haar partner komt met haar mee.
Not a member yet? Register now
Are you a member? Login now